Dit is Sauna 13

donderdag 25 augustus 2005

Start

 

Wat gebeurt er met je lichaam in de sauna ?

Wat gebeurt er eigenlijk allemaal met je lichaam in de sauna? Dat is een veelvoorkomende vraag bij mensen die voor het eerst kennismaken met dit spel van warm en koud. Het antwoord is simpel: Heel wat! Maar we kunnen er direkt aan toevoegen:

Alleen maar goede dingen! Kort samengevat het volgende: Je geeft je lichaam een training, je ververst de vochtreserves, je bouwt weerstand op en je geeft je lichaam en je psyche rust en ontspanning. Dit alles onder een voorwaarde: Als je er op een goede manier gebruik van maakt!

Je geeft je lichaam een training

In de sauna moet ons lichaam 'vechten'. In de kabine heerst een temperatuur van zo'n 500 C op de vloer tot 1000 C aan het plafond.Om het lichaam niet onnodig zwaar te belasten is het aan te raden op de banken te gaan liggen of te gaan zitten met opgetrokken knieŽn, op zitvlakhoogte, zodat het lichaam zich zoveel mogelijk in ťťn temperatuurszone bevindt. De sauna is erg droog, waardoor warmtegeleiding via de lucht vrijwel uitgesloten is. Die opwarming vindt plaats door middel van infra-rode straling van de wanden en het plafond. Een straling die intensief diep in de huid doordringt. In de eerste paar minuten openen de huidporiŽn zich en komen onze zweetkliertjes in werking. Door invloed van de warmte vindt in ons lichaam een vaatverwijding plaats. Aangezien er een gelijk volume in ons vaatstelsel aanwezig is zal de bloeddruk hierdoor iets afnemen. Ons lichaam probeert dit te corrigeren door de hartwerking iets aan te zetten om zo voldoende bloed te laten circuleren, maar door de rustsituatie neemt deze na een paar minuten al weer af. We gaan zweten om ons lichaam door middel van verdamping te koelen. Dat zweten moet je leren. De beginneling zal er over het algemeen meer moeite mee hebben dan de regelmatige saunabezoeker. Het vocht dat nodig is om te zweten wordt direkt aan ons bloed onttrokken, waardoor de bloeddruk nog meer zal dalen. Gelukkig hebben we in ons lichaam voldoende "vochtdepots" liggen en kunnen onze organen heel wat vocht missen, zodat dit tekort aangevuld kan worden. Dit houdt in dat onze organen minder gaan werken. Om die reden is het dan ook niet aan te bevelen om vlak voor het saunabezoek een flinke maaltijd te gebruiken. Behalve de warmte die via de infra-rode straling op en in ons lichaam komt,wordt ook door de ingeademde hete lucht via het slijmvlies veel warmte aan de luchtwegen afgegeven.

Dank zij de versnelling in de bloedstroom loopt de temperatuur van de huid niet verder op dan tot 400 C, waarbij het teveel aan warmte via de bloedbanen wordt afgevoerd naar de kern van ons lichaam. De lichaamstemperatuur loopt lang niet zo hoog op als die van de huid. Hoger dan zo'n 38 ŗ 390 C wordt die temperatuur niet. Na zo'n tien minuten schiet ons afkoelmechanisme tekort en wordt het tijd om de kabine te verlaten. Dit moet rustig gebeuren, nadat u de laatste 1 ŗ 2 minuten rechtop hebt gezeten met de voeten naar beneden.

Je ververst je vochtreserves

Een geoefend sauna-bader 'verliest' over het algemeen zo'n halve tot anderhalve liter vocht per saunabezoek. Door het aftappen van bloed in de verschillende stadia van het saunabaden heeft men bij wetenschappelijke onderzoekingen kunnen aantonen dat het uitgescheiden vocht in eer ste instantie direkt uit het bloed wordt afgezonderd, waardoor dit in geringe mate wordt ingedikt. Het lichaam streeft er echter naar, zoals wij hierboven al schreven, om de samenstelling van het bloed zo constant mogelijk te houden. Een uur na de sauna heeft het bloed ook zonder dat wij gedronken hebben haar normale vloeibaarheid al weer teruggewonnen. Het hiervoor benodigde vocht wordt daartoe uit allerlei vet-spier- en huidweefsels onttrokken. Dat is ook duidelijk zichtbaar bij personen met oedemen (vochtophopingen in de weefsels); de gezwollen plekken zijn na een saunabad bij hen praktisch helemaal verdwenen. Met het transpiratievocht wordt er echter niet alleen maar vocht (= water) aan ons lichaam onttrokken, maar b.v. ook melkzuren die na een grote lichamelijke inspanning in de weefsels zijn achtergebleven. Het lichaam wordt zo door de van binnenuit aangevoerde bestanddelen van het transpiratievocht als het ware "schoongespoeld". Deze regelmatige opruiming van stofwisselingsresten en van stoffen die hier na ziekte-processen zijn blijven hangen is een van de belangrijkste 'diepte-effecten' van het saunabaden.

Om het verlies van al dat vocht te compenseren wordt er door de nieren in een bepaalde periode na het saunabad minder vocht afgescheiden. De urine wordt daardoor meer geconcentreerd en donkerder van kleur. Tijdens het saunabad zelf bestaat er echter nog een grote aandrang op de nieren. Om te voorkomen dat nadien de werking van de nieren teveel wordt afgeremd kan men door drinken na afloop van het bad het verloren gegane vocht weer aanvullen. Dat is vooral van belang voor mensen met nierklachten. De goede 'dieptewerking' van de sauna wordt het minst verstoord als men dit drinken kan uitstellen tot na afloop van het bad.

Je bouwt weerstand op

In de sauna hoef je niet bang te zijn voor kouvatten.Bij regelmatig saunabezoek wordt je lichaam gehard en zul je ook buiten de sauna minder last hebben van kouvatten dan niet-sauna bezoekers. In de sauna-kabine doe je zoveel warmte op dat je de gang naar buiten in de frisse lucht en de koude douche daarna als prettig ervaart. Hoe kan dat?

Een gezond mens heeft en lichaamstemperatuur van 37 graden Celsius. De warmte die voortdurend vrijkomt door de stofwisseling of spierarbeid wordt in de regel naar de huid vervoerd en afgegeven, mits de omgevingstemperatuur lager is dan die van het lichaam. In de saunakabine (waar die temperatuur veel hoger is) zorgt het lichaam door het bevochtigen van de huid (zweetdruppels) voor veel waterverdamping en de daarmee gepaard gaande verdampingskoude. In de sauna verwijden alle bloedvaten de lagen van de opper- en onderhuid zich sterk en neemt de afkoeling door transpireren tot een maximum toe. Toch is dit niet voldoende om de temperatuur niet te doen stijgen. Inwendig niet meer dan 1 of 2 graden, maar de huidtemperatuur stijgt wel tot boven de 400 C. Het teveel aan warmte moet het lichaam in de afkoelfase weer afgeven, waarbij de in de huid gelegen bloedvaten wijd open staan. Neemt men nu een koude douche en daarna een dompelbad dan vernauwen de bloedvaten in de huid zich razendsnel. Tijdens het warme voetenbad daarna verwijden die bloedvaten zich weer. Die herhaalde verwijding, vernauwing en weer verwijding van de bloedvaatjes in de huid zorgen voor een training van het lichaam. Mensen die regelmatig naar de sauna gaan en de saunagang zo'n 2 ŗ 3 maal volgens de regels herhalen trekken zich op deze manier een natuurlijke zomer-/winterjas aan en zij zullen merken dat zij steeds minder gevoelig worden voor temperatuurverschillen, ook in het dagelijks leven.

Ook bij een echte griep-epidemie heeft de sauna haar waarde als afweermiddel bewezen. Wetenschappelijk werd dit aangetoond door diverse onderzoekingen en in de praktijk wordt dat nog altijd opnieuw bewezen door het grote aantal saunabaders dat bij een algemeen infectie-gevaar toch niet door het griepvirus wordt aangestoken. Nu gebeurt het nogal eens dat men afgaande op deze roep probeert met behulp van de sauna een reeds opgelopen kou of griep te onderdrukken of niet tot uitbarsting te laten komen. Maar dat helpt dan niet meer. De reeds geÔnfec- teerde patiŽnt bereikt met de warmte-koudeprikkels in de sauna alleen maar dat de ziekte zich juist met een grotere heftigheid ontwikkelt. 

Terug  

Start

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 08/25/05